Grafzerken

De vloer van de kerk is nog geheel bedekt met stenen grafzerken. De graven zijn  allemaal genummerd, het zijn er meer dan 1600. Omdat er in 3 lagen werd begraven was er dus ruimte in de kerk voor maximaal 4800 begravingen.

Behalve een nummer zijn de meeste zerken voorzien van een uniek onderscheidings-teken. Vaak zijn dat zogenaamde  ‘huismerken’. De herkomst van deze merktekens is niet geheel duidelijk. Sommigen vinden dat ze overeenkomen met oude Germaanse runentekens. Verder zijn er ook zerken met beroepssymbolen zoals een troffel (metselaar), een kompas (zeeman), of een ‘speet’ haringen (visserman). Er zijn ook veel zerken met opschriften. Leendert Palenstein liet bijvoorbeeld op zijn grafzerk beitelen:
Dat ghy nu bent, waar ick voor desen
dat ick nu ben, sult ghy haest wesen.

Er zijn nog 12 bewerkte grafzerken (met opschrift) van voor de Reformatie (1572). De oudste daarvan is uit 1503.
Tijdens de bezetting door de Fransen (rond 1800) moesten de titels en wapenfiguren worden weggehakt. In 1795 werd van hoger hand het begraven in kerken verboden. De laatste bijzetting vond plaats in 1820.