gewijzigd: 14-8-2014; 5-3-2016; 2-5-2016




INDELING TEGELTABLEAU
de foto’s met de omschrijvingen zijn op onderstaande wijze ingedeeld:

A1

B1

C1

D1

 

 

 

 

E1

F1

G1

H1

A2

B2

C2

D2

 

 

 

 

E2

F2

G2

H2

A3

B3

C3

D3

 

 

 

 

E3

F3

G3

H3

A4

B4

C4

D4

 

Haardplaat

 

E4

F4

G4

H4

A5

B5

C5

D5

 

 

 

 

E5

F5

G5

H5

A6

B6

C6

D6

 

 

 

 

E6

F6

G6

H6

A7

B7

C7

D7

 

 

 

 

E7

F7

G7

H7

A8

B8

C8

D8

 

 

 

 

E8

F8

G8

H8

A9

B9

C9

D9

 

 

 

 

E9

F9

G9

H9

A10

B10

C10

D10

 

 

 

 

E10

F10

G10

H10

A11

B11

C11

D11

 

 

 

 

E11

F11

G11

H11

A12

B12

C12

D12

 

 

 

 

E12

F12

G12

H12

A13

B13

C13

D13

 

 

 

 

E13

F13

G13

H13

A14

B14

C14

D14

 

 

 

 

E14

F14

G14

H14

A15

B15

C15

D15

 

 

 

 

E15

F15

G15

H15

A16

B16

C16

D16

 

 

 

 

E16

F16

G16

H16



Veel verklaringen van onderstaande afbeeldingen zijn ontvangen van Drs. Pieters, Eric Augusteijn, Jan Davidse en Ds. Drs. C. Schilder (♱). Aanvullingen en verbeteringen aan de hand van het boek 'Bijbeltegels' van Jan Pluis, zijn van Cees Groot, Jacob Mosselman en Gerrit de Graag. Tot slot werd via internet nog een reactie ontvangen van Jac de Groot waardoor nog 3 nog ontbrekende tegels konden worden benoemd.

7 Verklaringen die niet aan de hand van het boek 'Bijbeltegels' kunnen worden geverifieerd zijn in GEEL aangegeven.
Toen bleven er nog 6 onbenoemde tegels over. Die tegels werden in ROOD aangegeven. In maart 2017 werden die alsnog door Jacob Mosselman en Gerrit de Graag benoemd. Ze schreven er niet voor 100% zeker van te zijn maar toch wel voor 98%.

De tegels zijn gedateerd als midden 18e eeuws.



Foto’s: Cees Groot.




LINKER ZIJDE VAN HET TABLEAU

A1 - De voetwassing. Petrus wil ook zijn hoofd gewassen hebben : Joh.13:8b,9

B1 - De vrouw van Pilatus pleit voor Jezus. Vormt samen met B3 de gehele voorstelling : Mat. 27:19

C1 - Samson en de poorten van Gaza : Rich. 16: 1-3

D1 - Genezing van de melaatse : Mat. 8:2-4

A2 - Jezus preekt vanaf een schip : Mat. 13:2; Marc. 4:1

B2 - Maria vertelt Jezus dat Lazarus gestorven is : Joh. 11:32

C2 - Jezus door de zondares Gezalfd : Luc. 7:37,38; Joh 12:3

D2 - De Judaskus : Mat. 26:49; Marc.14:45, Luc. 22:47,48

A3 - De wegzending van Hagar : Gen. 21: 14

B3 - De vrouw van Pilatus pleit voor Jezus : Mat.27:19

C3 - De onthoofding van Johannes de Doper : Mat. 14:10; Marc. 6:27b

D3 - De (derde) verloochening van Petrust : Mat. 26:75a; Marc. 14:72; Luc. 32:60; Joh. 18:27

A4 - Potifars vrouw probeert Jozef te verleiden : Gen 39:11,12

B4 - Abraham en het offer van Isaac : Gen 22:6-8

C4 - Elisa bespot door de kinderen van Betel : Kon 2:23, 24a

D4 - De bekering van Saulus : Hand 9:3-6

A5 - De triomf van Mordekai : Ester 6:11

B5 - De voorstelling in de tempel : Luc. 2:26-32

C5 - Johannes de Doper onthoofd. De beul geeft het hoofd aan Salome : Marc. 6:28, Mat. 14:11

D5 - David houwt Goliat het hoofd af : Sam. 17:51

A6 - De genezing van de twee blinden: Mat. 9:27-31

B6 - Judit stopt het hoofd van Holofernes in een zak : Judit 13:9

C6 - Delila laat Simsons haar afscheren : Richt. 16:18,19

D6 - Jezus gebed in Getsemae : Mat. 26:39; Marc. 14:35,36; Luc 22:41,42

A7 - Jezus verschijnt aan Maria Magdalena : Marc. 16:9; Joh. 20:14-17a

B7 - Lot ontkomt aan de verwoesting van Sodom en Gomorra : Gen. 19:24-26

C7 - Jezus predikend vanuit een schip : Mat. 13:2; Marc. 4:1

D7 - De verdrijving uit het paradijs, Gen. 3:24

A8 - Elisa bespot door de kinderen ban Betel : Kon. 2:23,24a

B8 - Rebecca laat Eliezer drinken : Gen. 24:18

C8 - Het gouden kalf : Ex. 32:6b

D8 - Jona word in zee geworpen : Jona 1: 15-17

A9 - Jozef verklaart dromen in de gevangenis : Gen. 40: 5,16-19

B9 - Arme Lazerus

C9 - Het gouden kalf – de offers : Ex 32:6b

D9 - De (derde) verloochening van Petrus : Mat. 26:75a; Marc. 14:72; Luc. 22:60; Joh. 18:27

A10 - Jezus en de Samaritaanse vrouw : Joh. 4:7

B10 - Johannes de Doper onthoofd : Marcus 6: 27 en 28
De wrede koningin Herodias laat haar dochter aan de koning vragen om het hoofd van Johannes, omdat hij kritiek had op de relatie van Herodes.

C10 - Jezus predikend vanaf een schip : Mat. 13:2; Marc. 4:1

D10 - Berinnen verscheuren kinderen van Betel : Kon. 2:24b

A11 - Elisa bespot door de kinderen ban Betel : Kon. 2:23,24a

B11 - Samson verscheurt een leeuw : Rich. 14:6

C11 - De kindermoord te Betlehem : Mat. 2:16

D11 - Pilatus wast zijn handen in onschuld : Mat. 27:24

A12 - Jacobs droom : Gen. 28:11-13

B12 - Johannes de Doper onthoofd : Mat. 14:11; Marc. 6:28

C12 - Jona word in zee geworpen : Jona. 1: 15-17

D12 - Jezus verschijnt aan Maria van Magdalena : Joh. 20:14-17a; Marc. 16:9

A13 - Kain slaat Abel dood : Gen. 5:8

B13 - De Emmausgangers herkennen Jezus bij het breken van het brood : Lucas 24:31-32

C13 - David en Goliatt : Sam. 17:48-50

D13 - Mozes slaat water uit de rots : Ex.17:4-6; Num. 20:8

A14 - Absaloms dood : Sam. 18:14,15

B14 - Verdrijving van de handelaren uit de tempel : Mat. 21:12,13; Marc. 11:15; Luc. 19:45,46; Joh. 2:14,15

C14 - De opstanding: Mat. 28:2-4; Luc. 24:5,6

D14 - Ester verschijnt ongeroepen voor koning Ahasveros, Ester 5:1,2

A15 - De vijf wijze maagden door de bruidegom verwelkomd : Mat. 25:7-10

B15 - Jezus verschijnt aan Maria van Magdalena : Marc. 6:9; Jon. 20:14-17

C15 - Jozef, onderkoning van Egypte : Gen. 41:42,43

D15 - Simson verscheurt een leeuw : Richt. 14:6

A16 - Abigaiz : Sam. 25-30

B16 - Rebecca laat Eliezer drinken : Gen. 24:18

C16 - Gideon en de engel : Richt. 6:20,21

D16 - Abraham en Sara naar Egypte : Genesis 12: 10 e.v.
Abraham, een herdersvorst en zijn vrouw Sara met hun neefje Lot, krijgen te maken met hongersnood en vluchten naar het verre Egypte.


RECHTER ZIJDE VAN HET TABLEAU

E1 - Jezus bij Maria en Martha : Luc 10:38-42

F1 - Jezus gebed in Getsemane : Mat. 26:39; Marc. 14:35,36; Luc. 22:41,42

G1 - Jezus en de Samaritaanse vrouw : Joh. 4:7

H1 - Jozef word uit de put getrokken om verkocht te worden : Gen. 37:23-28a

E2 - Adam en Eva in het Paradijs. De zondeval : Gen. 3:6

F2 - Johannes de doper onthoofd : Marc. 6:28; Mat. 14:11

G2 - Vlucht naar Egypte van Abraham en Sara : Gen. 12-10

H2 - Judea en Tamar : Gen. 38:16-18

E3 - Het offer van Kain en Abel : Gen. 4:4,5

F3 - Jezus gebed in Getsemane : Mat. 26:39; Marc. 14:35,36; Luc. 22:41,42

G3 - Grazige weiden en rustige wateren : Psalm 23: 1 en 2.
Psalm 23 begint met de woorden ‘De Heer is mijn herder’. Deze tekening ademt als het ware de sfeer van ‘mij ontbreekt niets’.

H3 - Saul werpt de speer naar David : Sam 18:11;19:10

E4 - Jezus roept Zacheus uit de boom : Luc. 19:3-6

F4 - Jezus gebed in Getsemane : Marc. 14:35,36; Mat. 26:39; Luc. 22:41,42

G4 - De vrouw van Pilatus pleit voor Jezus. Vormt samen met tegel B3 de gehele voorstelling : Mat. 27:19

H4 - Johannes de Doper onthoofd : Marc. 6:28; Mat. 14:11

E5 - De Judaskus : Mat. 26:49; Marc.14:45; Luc. 22:47,48

F5 - Abram gaat naar Kanaän : Gen. 12:5

G5 - Jacob - Laban : Gen. 29-9

H5 - De rijke en de arme Lazarus : Luc. 16:22

E6 - Simson verslaat duizend Filistijnen : Richt. 15:14,15

F6 - Het offer van Kain en Abel : Gen. 4:4,5

G6 - De thuiskomst van de verloren zoon : Luc. 15:20,21

H6 - Wilt gij soms ook heengaan? : Johannes 6: 67
Veel discipelen keerden zich van Jezus af en Hij zegt dan tegen degenen die over blijven of ze ook niet willen weggaan.

E7 - Aarons staf in een slang veranderd : Ex. 7:10-13

F7 - De strikvraag over de belastingpenning : Mat. 22:19-22; Marc. 12: 15-17; Luc. 20:24-26

G7 - De koperen slang: Num. 21:8,9

H7 - De wonderbare visvangst : Luc. 5:5-7

E8 - Adam en Eva in het Paradijs. De zondeval : Gen. 3:6

F8 - Elia door de raven gevoed : Kon. 17:6

G8 - Elisa bespot door de kinderen van Betel : Kan. 2:23,24a

H8 - De 2 verspieders bij Jericho : Jozua 2:1
De nieuwe leider Jozua stuurt 2 betrouwbare verspieders naar de stad Jericho aan de overkant van de Jordaan.

E9 – De zondvloed : Gen. 7:17-19

F9 - Genezing van een dove : Mat. 11:3-6

G9 - De Emmausgangers : Luc. 24:15; Marc. 16:12

H9 - Zoon, zie uw moeder : Johannes 19:27
Bij het kruis van Jezus stonden o.m. zijn moeder en de apostel Johannes als Jezus deze woorden spreekt. Johannes is de volgeling die zich over moeder Maria ontfermt en haar in huis neemt.

E10 - Jezus gebed in Getsemane : Mat. 26:39; Marc. 14:35,36; Luc. 22:41,42

F10 - De Kananese vrouw : Mat. 15:24-28; Marc. 7:24-30

G10 - David met het hoofd van Goliat : Sam. 17:54

H10 - De barmhartige Samaritaan : Luc. 10:29b-34a

E11 - De genezing van de bloedvloeiende vrouw : Mat. 9:20-22; Marc. 5:27; Luc. 8:44

F11 - Jozef word verkocht : Gen. 37:28b

G11 - De mannen in de oven : Daniël 3:1-30

H11 - De genezing van de bloedvloeiende vrouw : Mat. 9:20-22; Marc. 5:27; Luc. 8:44

E12 - Jezus verschijnt aan de vrouwen : Mat. 28:9

F12 - Batseba : Sam. 11:2-4a

G12 - Een engel deelt de vrouwen mee dat Jezus is opgestaan : Mat. 28:5,6; Marc. 16:6; Luc. 24:5

H12 - De verzoeking op de berg : Mat 4:8-10 Luc 4:5-7

E13 - De Kananese vrouw : Marc. 7:24-30; Mat. 15:24-28

F13 - Vernietiging van Sanheribs leger bij Jeruzalem : 2 Kronieken 32

G13 - De verspieders : Num. 13:23

H13 - De rijke man en de arme Lazarus, Luc. 16:23

E14 - De verzoeking in de woestijn : Mat. 4:3; Marc. 1:13; Luc. 4:3

F14 - Daniel in de leeuwenkuil : Dan. 6:20-23

G14 - David en Goliat : Sam. 17:48-50

H14 - De opstanding : Mat. 28:2-4; Luc. 24:5,6

E15 - De genezing van de knecht van de Romeinse hoofdman van Kafarnaum : Mat. 8:5-8; Luc. 7:1-7

F15 - David en Goliat : Sam. 17:48-50

G15 - Elias word gevoed door de raven : Kon. 17:6

H15 – Jezus geeft de sleutel aan Petrus, Mat. 16:18,19

E16 - De voetwassing : Joh. 13:8b,9

F16 - De Kruisiging : Joh. 19:26,27

G16 - Josef en de vrouw van Potifar : Genesis 39:12

H16 - Saulus vlucht uit Damascus : Corinthe 11-32:33